Klik hier voor programmaboekje

Het Alexander Kamerkoor zingt  een a capella programma gewijd aan de muziek van Giovanni Pierluigi da Palestrina.
Centraal staat de vijfstemmige mis O Magnum Mysterium.
Twee motetten van Bruckner vormen de brug naar nieuw werk van de jonge componist Ė en koorlid van het Alexander Kamerkoor Ė
Devin de Vries, alias Christian Devinsky.

'O Magnum Mysterium', dat is de titel van het motet dat Palestrina gebruikte als inspiratiebron voor een complete mis bestaande uit het Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus, Benedictus en Agnus Dei.
De missa O Magnum Mysterium is daarmee een echte parodiemis.
Vrijwel alle muziek in de mis is terug te voeren op elementen uit het motet. Het is een veelgebruikte techniek in de renaissance.

De opening van het motet bijvoorbeeld komt terug als het begin van het eerste Kyrie, het Gloria, het Credo en het Sanctus en het eerste Agnus Dei.


De driedeligheid van het Collaudantes uit het motet komt terug in het tweede Kyrie, tegen het einde van het Gloria in het Credo en in de beide Hosannaís. Alleen twee fragmenten in het Sanctus en Benedictus lijken niet uit het motet O Magnum Mysterium afkomstig.


Het is een groot mysterie hoe Palestrina erin slaagt om het basismateriaal naar zijn hand te zetten en te laten passen bij de tekst van de mis. Want hoewel Palestrina vooral bekend is om de  klankschoonheid en harmonie en evenwicht in zijn composities ondersteunt de muziek toch steeds ook de tekst. Nergens blijkt iets van kunstmatigheid of ongeÔnspireerde herhaling terwijl het basismateriaal veelvuldig wordt gebruikt. Met deze herhaling creŽert hij tegelijk een hechte eenheid in de vorm van het stuk.

De jonge componist Devin de Vries, alias Christian Devinsky, schreef speciaal voor dit programma muziek op de wisselende gezangen van de katholieke eredienst op 22 augustus, te weten Introitus, Graduale, Offertorium en Communio. Als bonus schreef hij ter afwisseling van de beide Kyrie-teksten het Christe uit de mis.
Anders dan Palestrina heeft ieder deel zijn eigen karakter. Zelfs binnen de delen speelt hij met tempi, harmonieŽn en sferen. Tegelijkertijd vermijd hij net als Palestrina grote contrasten en scherpe ritmes en geeft hij de voorkeur aan weelde van de klank.


Van Anton Bruckner zingen we het Virga Jesse en het Vexilla Regis. Ook Bruckner besteedt veel aandacht aan klankschoonheid en harmonie. En ook hij schreef muziek voor de katholieke eredienst.

Korte instrumentale intermezzi completeren dit concert.