Klik hier voor programmaboekje

Alexander's Feast: muziek rond twee belangrijke heersers uit de Europese geschiedenis: Op het programma staan ‘Alexanders Feast’ van Georg Friedrich Händel -als ode aan de overwinningen van Alexander de Grote en negen chansons van Thomas Crecquillon, componist aan het hof van keizer Karel V.
Händel (1685–1759) schreef een ode aan de muziek en haar beschermheilige Cecilia, aan de hand van een overwinningsfeest van Alexander de Grote (356–323 v.Chr.). Ruim 150 jaar na de première van ‘Alexander’s Feast, or The Power of Music’ in 1631 maakte Mozart een nieuwe instrumentatie van het stuk. Wij gaan een stap verder: het Alexander Kamerkoor heeft een compositieopdracht gegeven aan de Koreaanse componist Il Hoon Son, student van Cornelis de Bondt aan het Koninklijk Conservatorium van Den Haag. 
Il Hoon Son heeft de oorspronkelijke eenvoudige recitatieven -die veelal enkel de situatie schetsen- vertaald naar de 21e eeuw. Daarmee blijven de recitatieven een schitterend contrast vormen met de rest van het stuk. Muziek van Händel hebben we nog niet eerder gezongen. Zijn muziek is net zo aanstekelijk om te zingen als om naar te luisteren! Met de composities van Il Hoon Son vervolgen wij een traditie van het koor door in ieder programma tevens moderne muziek te programmeren.

Voor de pauze zingen we een selectie van de chansons van Thomas Crecquillon (1505–1557), een van de belangrijkste componisten aan het hof van Karel V (1500-1558). Zijn muziek wordt gekenmerkt door grote homogeniteit: er zijn geen expressieve contrasten binnen een chanson, eerder wordt een overheersende emotie vanuit verschillende perspectieven belicht. De basis van de stukken is steeds polyfoon, hoewel de polyfonie nooit op de voorgrond staat. Met zijn soepele stijl was Crecquillon een voorbeeld voor Palestrina, die de polyfone stijl in zekere zin perfectioneerde. We hebben een gevarieerde set van liederen samengesteld, van vrolijke en soms ondeugende chansons als ‘Un gay bergier’ en ‘Petite fleur’ tot smachtende liefdesliederen als ‘Amour partez’ en ‘Des herbes ai assez’ en uiterste droefenis in ‘Mort m’a privé’ en ‘Fortune hellas’. Dit laatste stuk schreef Crecquillon in opdracht van Karel V, vermoedelijk na de dood van diens echtgenote Isabella van Portugal. De tekst is mogelijk door Karel V zelf geschreven om uitdrukking te geven aan de pijn van de leegte na haar overlijden.