Tussen Westminster en San Marco  

01. Henry Purcell O God the King of glory
02. Henry Purcell I was glad (Anthem for coronation of James II)
03. Henry Purcell Music for the Funeral of Queen Mary
04. Giovanni Gabrieli Canzon Prima ‘La Spiritata’ (koperkwartet)
05.
Heinrich Schütz Meine Seele erhebt den Herren
06. Giovanni Gabrieli Canzon Seconda (koperkwartet)
07. Heinrich Schütz Jauchzet dem Herren Psalm 100 SWV 36
08. Anton Bruckner Offertorium Afferentur regi
09. Anton Bruckner Inveni David
10. Anton Bruckner Ave Maria gratia plena
11. Anton Bruckner Sanctus en Bened. mis in d-kl (koperkwartet)
12. Petr Eben Prager Te Deum 1989
13. Anton Bruckner Virga Jesse floruit
14. Giovanni Gabrieli Hodie Christus natus est à 8

Een reis van de Londense Westminster Abbey, via Wenen en de Nikolauskerk in Praag naar de San Marco basiliek in Venetië. Een reis met trompetten en trombones.
23 jaar was Purcell toen hij werd aangesteld bij de koninklijke kapel in Londen. Drie jaar later, in 1685, schreef hij ter gelegenheid van de kroning van de katholieke James II het juichende anthem I was glad.
In 1688 werd James II alweer uit Londen verjaagd door onze protestante Willem III van Oranje en zijn vrouw Mary, nota bene de oudste dochter van James II. Purcell schreef de muziek voor haar begrafenis begin 1695 in Westminster Abbey. Treurige muziek voor koor afgewisseld met een statige mars en een canzona voor 4 koperblazers. In datzelfde jaar zou hij zelf overlijden.
Ook hij werd begraven in Westminster Abbey, de kerk waar hij organist was, met de muziek die hij voor de uitvaart van Queen Mary had geschreven.

Bijna een eeuw eerder liet Heinrich Schütz, een jonge beschermeling van de vorst van Hessen-Kassel, zich in 1609 overhalen om twee jaar in Venetië bij Giovanni Gabrieli te gaan studeren. Schütz leerde van hem de techniek van de cori spezzati, muziek voor meerdere koren die op verschillende plekken in de ruimte zijn opgesteld. Gabrieli had die techniek met zijn oom Andrea Gabrieli vervolmaakt.
Giovanni Gabrieli was ook een van de eerste componisten die muziek schreef alleen voor blazers. Het gebruik van blazers ter ondersteuning van zangstemmen of als contrast met zangstemmen was al gemeengoed, het schrijven van muziek speciaal voor blazers en gebruik makend van de technische mogelijkheden van die blazers was nieuw.

Terug in Duitsland publiceerde Schütz in zijn eerste bundel psalmen in 1619 het dubbelkorige Jauchzet dem Herren, een stuk zo opgewekt als Purcells I was glad. Zelfs aan het einde van zijn leven, schreef hij nog regelmatig dubbelkorige muziek, terwijl het genre in Italië al was uitgestorven en ook in Duitsland al akelig ouderwets was.

Het allerlaatste dubbelkorige motet van Schütz is het Duitse magnificat Meine Seele erhebt den Herren. Het is aan Schütz te danken dat Bach dubbelkorige motetten en de dubbelkorige Mattheuspassie schreef en dat ook Mendelssohn en Brahms zich aan het genre waagden.

Tussen de Westminster en de San Marco schreef Bruckner in de tweede helft van de 19e eeuw in Linz en Wenen een aantal kleinere motetten voor koor begeleid door trombones. Hij schreef deze kleine werken naast de groots bezette symfonieën en missen.

Een eeuw later, in 1989 greep de Tsjechische componist Petr Eben de val van de muur en het daarop volgende bezoek van de paus aan om het Prager Te Deum te schrijven. Op de vooravond van dat bezoek ging het in de Nikolauskerk in Praag in première. Trompetten en trombones wisselen het koor af in dit optimistische en jubelende werk. Van een afstandje bezien is het misschien wel als dubbelkorig werk op te vatten.

Zonder twijfel dubbelkorig is Gabrieli's Hodie Christus natus est. En ook hier zullen de trompetten en trombones bijdragen aan het optimisme en de jubel.
Hodie exultant justi! Vandaag juichen de gerechtigen!